Regionaal Technisch Centrum (RTC)

RTC, TV L. De Jaeghere + Catteeuw Architectuurpraktijk, © Vercruysse & Dujardin
RTC, TV L. De Jaeghere + Catteeuw Architectuurpraktijk, © Vercruysse & Dujardin
RTC, TV L. De Jaeghere + Catteeuw Architectuurpraktijk, © Vercruysse & Dujardin
RTC, TV L. De Jaeghere + Catteeuw Architectuurpraktijk, © Vercruysse & Dujardin
Inplantingsplan - RTC, TV L. De Jaeghere + Catteeuw Architectuurpraktijk
snede en plan niveau 0 - RTC, TV L. De Jaeghere + Catteeuw Architectuurpraktijk

In 1999 ontwierpen Herman Jult en Luc Reuse met de steun van de Intercommunale Leiedal een masterplan voor de scholencampus VTI, DBSO, BuSO en VIVO in Kortrijk. Pas na de voltooiing hiervan werden de plannen voor het nieuw te bouwen Regionaal Technisch Centrum (RTC) getekend. Het RTC is een autonome vzw, gericht op buitenschoolse opleiding in hoogwaardige robottechnologie.

Het uitgestrekte scholencomplex met de verschillende technische scholen vormt een merkwaardig conglomeraat van oude fabriekshallen en fabrieksvilla’s, schoolgebouwen en een heleboel toevoegsels in allerlei stijlen en van verschillende soorten kwaliteit.

Het RTC moest komen in een grote, duffe hal, een weinig evidente locatie voor een hoogtechnologische opleiding. De inpassing in het hart van de vakschool was nochtans een strategische keuze. Het was de bedoeling de hoogtechnologie een centrale plaats te geven en de wisselwerking tussen school, technologie en de professionele buitenwereld te versterken. De keuze vooral te investeren op de minst aantrekkelijke plaatsen, is een bewuste keuze in het masterplan.

De oorspronkelijke speelplaats, met gevels in een uitgesproken schoolarchitectuur uit de jaren dertig, kreeg in de jaren vijftig een imposante overkapping, geschraagd door gelamineerde spanten. Aan de tussenruimte tussen de voet van de spanten en de aangrenzende voormalige fabriekshal spaarde de nieuwe ingreep simpelweg een gleuf uit in het dak. Zo kwam een plek vrij voor het RTC, in de vorm van een kast van schrijnwerk en glas. De blankhouten, gelamineerde kolommen van het nieuwe volume flirten met de ritmering van de historische gevels en het materiaal van de overkapping. Door het glas valt volop licht naar binnen. De glazen wanden geven de speelplaats transparantie en diepte. De sfeer is opengebroken, het contact met licht en lucht is hersteld.

Het paviljoen bestaat uit twee niveaus van 13,25 meter lang en amper 2,60 meter diep. Het herbergt het onthaal en de ondersteunende diensten van het RTC. Vóór de ingang ligt een bordes. Het verloop van de trap geeft aanleiding tot een split level indeling, waarbij de voor- en achterkant van het gebouw niet op hetzelfde niveau liggen. De smalle, hoge ruimtes zijn volledig opgetrokken uit hout en glas. Midden op de gelijkvloerse verdieping van de nieuwe vleugel, prominent aanwezig, staat de roboticalijn, het pronkstuk van de opleiding. In de open ruimte is met een metalen kralengordijn en rood tapijt de leszone afgebakend, afgeschermd maar niet onzichtbaar.

Door het nieuwe volume heen kun je in de gerenoveerde fabriekshal kijken. Vanuit een aanpalende gang biedt een kijkraam hetzelfde uitzicht. De renovatie in de fabriekshal is eenvoudig en functioneel: de sheddaken zijn deels heropgebouwd, zodat het noorderlicht naar binnen stroomt. De vloer en de verwarming werden vernieuwd. De transparante uitzichten in de leshal, over de speelplaats onder de overkapping naar buiten, verbinden het RTC met zijn omgeving.

Kleine details werken het ontwerp af. Het glas is groenig getint en het hout wit gebeitst, maar de toegangsdeur heeft een andere tint. De beglazing verspringt tussen de verdiepingen en de geschilderde ‘sok’ over de gelamineerde spanten markeert de opening die in het dak is geslagen.

Nochtans is dit beheerste ontwerp wellicht in hectische omstandigheden ontstaan. Het budget was beperkt en tijdens de werkzaamheden liep het schooljaar in het VTI gewoon door, wat de uitvoering bemoeilijkte. Dankzij de goede samenwerking tussen bouwheer, aannemers en ontwerpers is dit project toch geslaagd. Het bouwteam werkte erg uitvoeringsgericht en zonder lastenboek. Keuzes voor opties als droogbouw en prefab zijn gemaakt in functie van een snelle uitvoering. Details konden direct met de fabrikant worden opgebouwd en getoetst. Het is de verdienste van de architecten en de betrokken aannemers dat van deze rush in het resultaat niets terug te vinden is.

De tijdsfactor speelt ook op een andere manier mee. Het masterplan bevatte het idee om de overkapping van de speelplaats op termijn te laten verdwijnen. Hoewel dit niet meteen aan de orde is, speelden de ontwerpers wel in op deze mogelijke ingreep. Het ontwerp schuift nu voorzichtig tussen de spanten van de overkapping in, om dramatisch boven het dak uit te stijgen. Zo staat het klaar als de kap ooit verdwijnt. Dan sluit de kroonlijst van het nieuwe volume aan op de aanpalende bebouwing en wordt het paviljoen pleingevel. Op een subtiele manier laat het dan een aantal sporen na van de context waarin het is ontstaan.

Patrick Moyersoen

Architectenbureau: 

CAP Architecten
Lieven Dejaeghere architect

Ontwerpers: 

Lieven Dejaeghere
Francis Cathteeuw

Opdrachtgever: 

VTS vzw

Taal: 

Nederlands

Straat: 

Oudenaardsesteenweg

Nummer: 

168

Postcode: 

8 500

Gemeente: 

Kortrijk

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2002

Datum oplevering: 

2003

Oppervlakte: 

400 m²

Volume: 

3 050 m³

Totale bouwkost: 

500 000 €, excl. BTW

Totale bouwkost per m2: 

950 €, excl. BTW

Studiebureaus: 

Babel cvba

Hoofdaannemers: 

Coördinatiebureau J. Dewart

Trefwoorden: 

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners