Hoofdzetel tuinbouwbedrijf Floréac

Hoofdzetel tuinbouwbedrijf Floréac, EVR-Architecten, © Frederik Vercruysse
Hoofdzetel tuinbouwbedrijf Floréac, EVR-Architecten, © Frederik Vercruysse
Hoofdzetel tuinbouwbedrijf Floréac, EVR-Architecten, © Frederik Vercruysse
Hoofdzetel tuinbouwbedrijf Floréac, EVR-Architecten, © Frederik Vercruysse

Wie op de steenweg van Gent naar Antwerpen langs Lochristi komt, ziet prefab serres bovenop winkels staan, als een knipoog naar de sierteeltproductie in de streek. De tuinbouwonderneming Floréac vestigde haar nieuwe hoofdzetel aan deze steenweg, op een terrein tegenover een kmo-site en vlot bereikbaar vanaf de snelweg. Het werd een all-in-one gebouw: het brede gamma functies waar de hoofdzetel nood aan had, werd er ondergebracht in één grote serrestructuur. Dit gamma bestaat uit een geautomatiseerd logistiek centrum, een koopcentrum met showroom, een administratieve zetel en een conciërgewoning. Zowel de opdrachtgever als evr-Architecten stapten daarbij af van de idee om kantoren en personeelsruimtes van de werkvloer af te schermen: ze integreerden alle diensten onder één dak. Op die manier zijn de kantoren niet afgescheiden van de werkvloer, maar is er zicht, doorzicht en contact tussen de verschillende afdelingen en functies van het gebouw.

Het grote bouwwerk oogt als een strakke, industriële serre, ingedeeld in verschillende zones met elk hun eigen klimaat- en lichtbeheersing. Buiten moest het waterbeheer hoofdzakelijk op eigen terrein gebeuren, wat aanleiding gaf tot minimale en drainerende buitenverhardingen, maximaal hergebruik van regenwater en de aanleg van eigen helofytenfilters. Dit zijn bufferbekkens met rietplanten die het afvalwater zuiveren. Bij het ontwerp van het gebouw werd gestreefd naar een minimale energiebehoefte: de serre zorgt voor de accumulatie van warmte, door betonkernactivering1 van de vloeren worden de serres en kantoren gekoeld en grondbuizen koelen de verse buitenlucht voor. Een computersysteem regelt het binnenklimaat met behulp van een verwarmingssysteem, geautomatiseerde zonneschermen, verluchtingskleppen en openschuivende glazen panelen. Dat er met eenvoudige industriële materialen zoals staal, beton en glas werd gewerkt, was voor de ontwerpers geen reden om het architecturale detail en de ruimte-ervaring te verwaarlozen. Verscheidene elementen doorbreken het industriële karakter van de serreruimtes en zorgen voor een aangenaam werkklimaat. Zo kunnen de medewerkers in een soort leefruimte die samen met een onderliggende refter langs een centrale patio ligt, hun post ophalen, koffie drinken of een kleine bespreking houden. Een bloempotkleurige kastenwand in de leefruimte en een gesloten muur in de eetruimte schermen beide ruimtes af van de werkvloer en zorgen zo voor wat ademruimte in het werkritme.

De kantoren zijn volgens functie ondergebracht in vier autonome kantoordozen die met vakwerkliggers boven het vloerniveau zijn getild. Ze werden ontworpen als ruime landschapskantoren en hun wanden bestaan deels uit glas, deels uit doorschijnende stukken polycarbonaat. Zo kan het daglicht maximaal binnenvallen. De vier dozen worden samen met de sanitaire ruimtes en de ‘leefruimte’ verbonden door een loopbrug die de verschillende zones doorkruist: van de opslagruimte voor de planten over de showroom naar de afdelingen voor inpakken en transport.

Evr-Architecten ijvert voor duurzame architectuur in de breedste zin van het woord: zoeken naar een evenwicht tussen de ecologische, sociale en economische implicaties van het begrip duurzaamheid. Bij het ontwerp voor de hoofdzetel van Floréac was de sociale keuze om kantoren en werkvloer samen te voegen determinerend met het oog op de ontwikkeling van een duurzame bedrijfscultuur. Ecologisch duurzaam ontwerpen wordt daardoor meteen naar een ander niveau geschoven: de keuze om de betonnen werkvloer te gebruiken bij de koeling van de serre en de kantoren, dringt zich bij deze randvoorwaarde op als de meest logische.

Bij dit gebouw rijst de vraag of de gemaakte materiaalkeuzes en de koeling van kantoren in een kunstmatig warme omgeving, energetisch nog wel interessant zijn in het kader van het globale idee dat erachter schuilt. Beton slorpt net als staal en glas grote hoeveelheden energie op in zijn ontwikkeling. Hoe goed de sociale ontwerpkeuzes in evenwicht zijn met de energieproblematiek, zal pas na enkele seizoenen duidelijk worden. De architecten leverden echter een sterk staaltje image building af. Het verhaal van Floréac,dat begon met een sierkwekerij, zet zich vele jaren later voort in hetzelfde beeld waarmee iedereen zo’n klein bedrijf associeert: een serre. Alleen is in die serre nu een veel grotere onderneming gehuisvest.

Veronique Boone

Architectenbureau: 

evr-architecten

Ontwerpers: 

Luc Eeckhout
Jan Van Den Broeke
Luc Reuse

Opdrachtgever: 

Floréac nv

Taal: 

Nederlands

Straat: 

Beerveldse Baan

Nummer: 

4

Postcode: 

9 080

Gemeente: 

Lochristi

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2003

Datum oplevering: 

2006

Oppervlakte: 

32 000 m²

Volume: 

27 800 000 m³

Totale bouwkost: 

16 000 000 €, excl. BTW

Totale bouwkost per m2: 

500 €, excl. BTW

Studiebureaus: 

stabiliteit: Babel
technieken: Paul Vandenberghe
bouwadviesbureau: Ignace Vermeersch
duurzaam bouwen: Cenergie
landschapsarchitect: Denis Dujardin

Hoofdaannemers: 

Vanhout nv
aannemer serreconstructie: Boeters
aannemer serreconstructie: De Lier NL

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners

hier niet aan komen aub